algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden TechniWorks
Inhoud

Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen

1.1 Definities
1.2 Toepasselijkheid van deze voorwaarden
1.3 Wijze van facturering
1.4 Betalingsvoorwaarden
1.5 Ontbinding
1.6 Aansprakelijkheid
1.7 Overmacht
1.8 Geschillen

Hoofdstuk 2
Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten

2.1 Het inlenen van uitzendkrachten
2.2 (Uur)beloning en overige vergoedingen van de uitzendkracht
2.3 Inhoud van de overeenkomst en opzegtermijnen
2.4 Aangaan rechtstreekse arbeidsverhouding door inlener met de uitzendkracht
2.5 Selectie van uitzendkrachten
2.6 Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming
2.7 Identificatie en persoonsgegevens
2.8 Auto van de zaak en bedrijfssluiting

Hoofdstuk 3
Voorwaarden voor arbeidsbemiddeling

3.1 Toepasselijkheid algemene bepalingen
3.2 Honorarium en inhoud van de arbeidsbemiddelingsovereenkomst
3.3 Aangaan arbeidsverhouding door opdrachtgever met de werkzoekende
3.4 Selectie van werkzoekende

Hoofdstuk 4
Voorwaarden voor payrollen

4.1 Toepasselijkheid hoofdstuk 1 en 2
4.2 Facturatie
4.3 Aanvullende arbeidsvoorwaarden
4.4 Aangaan en beƫindiging van de inleenovereenkomst

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1 Definities

In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder:

1. Uitzendonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van
beroep of bedrijf aan een inlener uitzendkrachten ter beschikking stelt voor het verrichten van
werkzaamheden ten behoeve van deze inlener;
2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon die door tussenkomst van een uitzendonderneming
werkzaamheden verricht of gaat verrichten ten behoeve van een inlener;
3. Inlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich door tussenkomst van een
uitzendonderneming voorziet van uitzendkrachten;
4. Inleenovereenkomst: de overeenkomst tussen een uitzendonderneming en een inlener op basis
waarvan een uitzendkracht ten behoeve van die inlener door tussenkomst van die
uitzendonderneming werkzaamheden zal verrichten;
5. Inlenerstarief: het bedrag per uur dat de inlener aan de uitzendonderneming verschuldigd is voor
de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht;
6. Uitzendovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de uitzendkracht door de
uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld aan een inlener om krachtens een door deze
met de uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid te verrichten onder toezicht en
leiding van die inlener;
7. Arbeidsbemiddelingsonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die ten behoeve van een
werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, behulpzaam is bij het zoeken van
arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel een aanstelling tot ambtenaar wordt beoogd.
8. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van de diensten van een
arbeidsbemiddelingsonderneming.
9. Arbeidsbemiddelingsovereenkomst: de overeenkomst tussen een
arbeidsbemiddelingsonderneming en een opdrachtgever en/of een werkzoekende tot het
verrichten van de onder 7 genoemde diensten.
10. Payrollonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van
beroep of bedrijf aan een inlener werknemers ter beschikking stelt voor het verrichten van
werkzaamheden ten behoeve van deze inlener. De werving van de werknemer komt tot stand
door de inlener, niet door de payrollonderneming.
11. Payrollovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de
payrollonderneming (werkgever) ter beschikking wordt gesteld aan een inlener om krachtens een
door deze met de payrollonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid te verrichten onder
toezicht en leiding van die inlener. De payrollovereenkomst komt tot stand na werving van de
werknemer door de inlener, niet door de payrollonderneming.
12. Payrollen: het door een werkgever ter beschikking stellen van een werknemer aan een inlener
krachtens een payrollovereenkomst als bedoeld onder 11.
13. ABU-cao: de cao voor uitzendkrachten die geldt voor uitzendondernemingen die als lid zijn
aangesloten bij de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (ABU).
14. Waar in deze algemene voorwaarden gesproken wordt over uitzendkrachten, wordt bedoeld:
mannelijke en vrouwelijke uitzendkrachten en waar gesproken wordt over hem en/of hij, wordt
bedoeld: hem/haar of hij/zij.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid van deze voorwaarden

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de uitzendonderneming aan, en
op iedere inleenovereenkomst tussen de uitzendonderneming en een inlener waarop de
uitzendonderneming deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, alsmede op de daaruit
voortvloeiende leveringen en diensten van welke aard dan ook tussen de uitzendonderneming en
een inlener, voor zover van deze voorwaarden niet door partijen nadrukkelijk schriftelijk is
afgeweken.
2. De inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden werd gecontracteerd, wordt geacht stilzwijgend
met de toepasselijkheid daarvan op een later met de uitzendonderneming gesloten
inleenovereenkomst in te stemmen.
3. Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend.
4. De uitzendonderneming is niet gebonden aan algemene voorwaarden van de inlener voor zover
die afwijken van deze voorwaarden.
5. Als enige bepaling uit deze voorwaarden nietig is of wordt vernietigd, zullen de overige bepalingen
van deze voorwaarden volledig van kracht blijven en zullen partijen in overleg treden teneinde
nieuwe bepalingen ter vervanging van de nietige of vernietigde bepalingen overeen te komen,
waarbij zoveel mogelijk het doel en de strekking van de nietige of vernietigde bepaling in acht zal
worden genomen.

Artikel 1.3 Wijze van facturering

1. De facturen van de uitzendonderneming zijn, tenzij anders afgesproken, mede gebaseerd op de
ingevulde en door de inlener voor akkoord bevonden tijdverantwoording.
2. De inlener is verantwoordelijk voor de juiste, tijdige en volledige invulling en accordering van de
tijdverantwoording. De accordering vindt plaats via (digitale) ondertekening van de
tijdverantwoording tenzij anders overeengekomen.
3. Bij verschil tussen de bij de uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording en de door de
inlener behouden gegevens daarvan geldt de bij de uitzendonderneming ingeleverde
tijdverantwoording als juist, tenzij de inlener het tegendeel aantoont.
4. Als de uitzendkracht de gegevens van de tijdverantwoording betwist, kan de uitzendonderneming
het aantal gewerkte uren en overige kosten factureren volgens de opgave van de uitzendkracht,
tenzij de inlener aantoont dat de tijdverantwoording correct is.
5. Als de inlener niet aan het gestelde in lid 2 van dit artikel voldoet, kan de uitzendonderneming
besluiten om de inlener te factureren op basis van de bij haar bekende feiten en omstandigheden.
De uitzendonderneming gaat hiertoe niet over zolang er geen redelijk overleg daaromtrent met de
inlener heeft plaatsgevonden.
6. De inlener draagt er zorg voor dat de facturen van de uitzendonderneming zonder enige
inhouding, korting of verrekening binnen 14 dagen na factuurdatum zijn betaald.
7. Tariefwijzigingen ten gevolge van ABU-CAO-verplichtingen en wijzigingen in of ten gevolge van
wet- en regelgeving zoals fiscale en sociale wet- en regelgeving, worden met ingang van het
tijdstip van die wijzigingen aan de inlener doorberekend en zijn dienovereenkomstig door de
inlener verschuldigd, ook als deze wijzigingen zich voordoen tijdens de duur van een
inleenovereenkomst.
8. Uitsluitend indien de uitzendonderneming beschikt over een G-rekening of er een
vrijwaringsrekening bestaat ten behoeve van zijn depot, kan de inlener de uitzendonderneming
verzoeken om in overleg treden over de mogelijkheid dat de inlener een percentage van het
gefactureerde bedrag op de betreffende rekening stort, alsmede over de hoogte van het
percentage. Alleen bij bereikte overeenstemming kan van voornoemde mogelijkheid gebruik
worden gemaakt.

Artikel 1.4 Betalingsvoorwaarden

1. Uitsluitend rechtstreekse betalingen aan de uitzendonderneming werken voor de inlener
bevrijdend.
2. Rechtstreekse betaling, dan wel verstrekking van voorschotten door de inlener aan de
uitzendkracht zijn niet toegestaan, ongeacht de reden waarom of de wijze waarop zulks
geschiedt. Dergelijke betalingen en verstrekkingen regarderen de uitzendonderneming niet en
leveren geen grond op voor enige schuldaflossing of verrekening.
3. Als de inlener een factuur betwist, zal dit binnen acht dagen na verzenddatum van de betreffende
factuur schriftelijk door de inlener aan de uitzendonderneming kenbaar worden gemaakt, op
straffe van verval van het recht op betwisting. Een betwisting van de factuur schort de
betalingsverplichting van de inlener niet op.
4. Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de inlener van enig door hem verschuldigd
bedrag, is hij met ingang van de vervaldatum van de betreffende factuur van rechtswege in
verzuim. Vanaf dat moment is de inlener tevens een vertragingsrente van 1% per maand, een
gedeelte van een maand voor een hele maand rekenende, over het bruto factuurbedrag aan de
uitzendonderneming verschuldigd.
5. Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand daaronder begrepen,
die de uitzendonderneming moet maken ten gevolge van het niet nakomen van de
betalingsverplichtingen door de inlener, zijn voor rekening van de inlener. De buitengerechtelijke
incassokosten van de uitzendonderneming, te berekenen over het te incasseren bedrag, worden
met een minimum van ā‚¬ 500,00 vastgesteld op ten minste 15% van de hoofdsom.

Artikel 1.5 Ontbinding

1. Als een partij in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit de inleenovereenkomst te voldoen, is de
andere partij -naast hetgeen in de inleenovereenkomst is bepaald- gerechtigd de
inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven buitengerechtelijk te ontbinden.
De ontbinding zal pas plaatsvinden nadat de in gebreke gestelde partij schriftelijk op de hoogte is
gesteld van de ingebrekestelling en hem een redelijke termijn is geboden om de ernstige
tekortkoming te zuiveren.
2. Voorts is de ene partij gerechtigd, zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling zal zijn
vereist, buiten rechte de inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven met
onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden als:
a. de andere partij (voorlopige) surseance van betaling aanvraagt of hem (voorlopige)
surseance van betaling wordt verleend;
b. de andere partij zijn eigen faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt
verklaard;
c. de onderneming van de andere partij wordt geliquideerd;
d. de andere partij zijn huidige onderneming staakt;
e. buiten toedoen van de ene partij op een aanmerkelijk deel van het vermogen van de
andere partij beslag wordt gelegd, dan wel indien de andere partij anderszins niet langer
in staat moet worden geacht de verplichtingen uit de inleenovereenkomst na te kunnen
komen.
3. Als de inlener op het moment van de ontbinding reeds prestaties ter uitvoering van de
inleenovereenkomst had ontvangen, kan hij de inleenovereenkomst slechts gedeeltelijk ontbinden
en wel uitsluitend voor dat gedeelte, dat door of namens de uitzendonderneming nog niet is
uitgevoerd.
4. Bedragen die de uitzendonderneming vĆ³Ć³r de ontbinding aan de inlener heeft gefactureerd in
verband met hetgeen zij reeds ter uitvoering van de inleenovereenkomst heeft gepresteerd,
blijven onverminderd door inlener aan haar verschuldigd en worden op het moment van de
ontbinding direct opeisbaar.
5. Als de inlener, na ter zake in gebreke te zijn gesteld, enige verplichting voortvloeiende uit de
inleenovereenkomst niet, niet volledig of niet tijdig nakomt, is de uitzendonderneming gerechtigd
haar verplichtingen jegens de inlener op te schorten zonder daardoor tot enige schadevergoeding
jegens de inlener gehouden te zijn, dan wel zal de inlener de uitzendonderneming financiƫle
zekerheid verschaffen door middel van een voorschot of (bank)garantie. De omvang van het
voorschot of de (bank)garantie staat in verhouding tot de verplichtingen van de inlener volgens de
inleenovereenkomst. Voorgaande geldt ook in de onder lid 2 van dit artikel bedoelde
omstandigheden.
6. Als, naar het oordeel van de uitzendonderneming, er gerede twijfels bestaan omtrent de financiƫle
positie van de inlener, zal de inlener de uitzendonderneming op diens verzoek de financiƫle
zekerheid verschaffen als in lid 5 genoemd.

Artikel 1.6 Aansprakelijkheid

1. Behoudens bepalingen van dwingend recht, alsmede met inachtneming van de algemene normen
van redelijkheid en billijkheid, is de uitzendonderneming niet gehouden tot enige vergoeding van
schade van welke aard dan ook, direct of indirect, ontstaan aan de uitzendkracht of aan zaken
dan wel personen bij of van de inlener of een derde, welke schade is ontstaan als een gevolg van:
a. de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de
inlener, ook wanneer mocht blijken dat die uitzendkracht niet blijkt te voldoen aan de
door de inlener aan hem gestelde vereisten
b. eenzijdige opzegging van de uitzendovereenkomst door de uitzendkracht
c. toedoen of nalaten van de uitzendkracht, de inlener zelf of een derde, waaronder
begrepen het aangaan van verbintenissen door de uitzendkracht.
2. Eventuele aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor enige directe schade is in ieder
geval, per gebeurtenis, beperkt tot 50% van het betreffende gefactureerde dan wel te factureren
bedrag. Voor indirecte schade, waaronder gevolgschade, is de uitzendonderneming nimmer
aansprakelijk.
3. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende
aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in lid 1 van dit
artikel.
4. In ieder geval dient de inlener de uitzendonderneming te vrijwaren tegen eventuele vorderingen
van de uitzendkracht of derden, tot vergoeding van schade als bedoeld in lid 1 van dit artikel
geleden door die uitzendkracht of derden.
5. De in leden 1 en 2 van dit artikel opgenomen beperkingen van aansprakelijkheid komen te
vervallen, als er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de uitzendonderneming
en/of diens leidinggevend personeel.
6. De uitzendonderneming heeft te allen tijde het recht, indien en voor zover mogelijk, eventuele
schade van de inlener ongedaan te maken. Hiertoe wordt tevens gerekend het recht van de
uitzendonderneming maatregelen te treffen die eventuele schade kan voorkomen dan wel
beperken.

Artikel 1.7 Overmacht

1. In geval van overmacht van de uitzendonderneming zullen haar verplichtingen uit hoofde van de
inleenovereenkomst worden opgeschort, zolang de overmachttoestand voortduurt. Onder
overmacht wordt verstaan elke van de wil van de uitzendonderneming onafhankelijke
omstandigheid, die de nakoming van de inleenovereenkomst blijvend of tijdelijk verhindert en
welke noch krachtens wet, noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor haar risico
behoort te komen.
2. Zodra zich bij de uitzendonderneming een overmachttoestand voordoet als in lid 1 van dit artikel
bedoeld, zal zij daarvan mededeling doen aan de inlener.
3. Voor zover daaronder niet reeds begrepen, wordt onder overmacht tevens verstaan: werkstaking,
bedrijfsbezetting, blokkades, embargo, overheidsmaatregelen, oorlog, revolutie en/of enig
daaraan gelijk te stellen toestand, stroomstoringen, storingen in elektronische communicatielijnen,
brand, ontploffing en andere calamiteiten, waterschade, overstroming, aardbeving en andere
natuurrampen, alsmede omvangrijke ziekte van epidemiologische aard van personeel.
4. Zolang de overmachttoestand voortduurt zullen de verplichtingen van de uitzendonderneming zijn
opgeschort. Deze opschorting zal echter niet gelden voor verplichtingen waarop de overmacht
geen betrekking heeft en reeds voor het intreden van de overmachttoestand zijn ontstaan.
5. Als de overmachttoestand drie maanden heeft geduurd, of zodra vaststaat dat de
overmachttoestand langer dan drie maanden zal duren, is ieder der partijen gerechtigd de
inleenovereenkomst tussentijds te beƫindigen zonder inachtneming van enige opzegtermijn. De
inlener is ook na zodanige beƫindiging van de inleenovereenkomst gehouden de door hem aan de
uitzendonderneming verschuldigde vergoedingen, welke betrekking hebben op de periode vĆ³Ć³r de
overmachttoestand, aan de uitzendonderneming te betalen.
6. De uitzendonderneming is tijdens de overmachttoestand niet gehouden tot vergoeding van
enigerlei schade van of bij de inlener, noch is zij daartoe gehouden na beƫindiging van de
inleenovereenkomst als in lid 5 van dit artikel bedoeld.

Artikel 1.8 Geschillen

1. Op de inleenovereenkomst is het Nederlands recht van toepassing.
2. Ten aanzien van geschillen tussen partijen die verband houden met de inleenovereenkomst is
uitsluitend de Nederlandse rechter bevoegd.
3. Voorzover de berechting van dergelijke geschillen behoort tot de competentie ener rechtbank,
zullen deze uitsluitend worden berecht door de rechtbank binnen het arrondissement waarbinnen
de uitzendonderneming is gevestigd.

Hoofdstuk 2. VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLE N VAN UITZENDKRACHTEN

Artikel 2.1 Het inlenen van uitzendkrachten

1. De uitzendovereenkomst wordt aangegaan tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming.
Op de uitzendovereenkomst is de ABU-CAO voor Uitzendkrachten van toepassing. Tussen de
inlener en de uitzendkracht bestaat er geen arbeidsovereenkomst.
2. Bij het terbeschikkingstellen van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de inlener,
werkt de uitzendkracht feitelijk onder leiding en toezicht van de inlener. De inlener neemt daarbij
dezelfde zorgvuldigheid in acht als tegenover zijn eigen werknemers. De uitzendonderneming
heeft als formele werkgever geen zicht op de werkplek en de te verrichten werkzaamheden.
3. De werkzaamheden worden uitgevoerd zoals overeengekomen in de inleenovereenkomst. Als de
inlener hiervan af wenst te wijken gedurende de inleenovereenkomst, geschiedt dit uitsluitend in
overleg met de uitzendonderneming.

Artikel 2.2 (Uur)beloning en overige vergoedingen van de uitzendkracht

1. Het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht worden vooraf aan de terbeschikkingstelling en
zo nodig gedurende de terbeschikkingstelling bepaald en zijn gelijk aan het loon en vergoedingen
die worden toegekend aan vergelijkbare werknemers, werkzaam in gelijkwaardige functies, in
dienst van de inlener (het zogenoemde loonverhoudingsvoorschrift).
2. Onder het loon en overige vergoedingen vallen de volgende componenten:
a. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting. Deze kan ā€“zulks ter keuze van de
uitzendonderneming- gecompenseerd worden in tijd en/ of geld;
c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waar onder
feestdagentoeslag) en ploegendienst;
d. initiƫle loonstijging;
e. onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten, pensionkosten en andere kosten
noodzakelijk wegens de uitoefening van de functie;
f. periodieken
N.B. Voor uitzendkrachten werkzaam in de bouwsector gelden afwijkende voorwaarden.
3. De inlener informeert de uitzendonderneming tijdig over de componenten zoals genoemd in lid 2.
Indien de inlener de uitzendonderneming onjuiste inlichtingen verstrekt over deze componenten is
de uitzendonderneming gerechtigd om vanaf het moment van aanvang van de betreffende functie,
met terugwerkende kracht, het loon en overige vergoedingen van de uitzendkracht alsmede het
tarief van de inlener dienovereenkomstig te corrigeren en bij de inlener in rekening te brengen.
4. Als het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht niet kunnen worden vastgesteld volgens
het loonverhoudingsvoorschrift, dan worden ze vastgesteld in overleg tussen
uitzendonderneming, uitzendkracht en inlener. Leidraad hierbij zijn het opleidingsniveau en de
ervaring van de uitzendkracht en daarnaast de verantwoordelijkheden en benodigde capaciteiten
die invulling van de functie met zich meebrengen.
5. Als de inlener, nadat de uitzendkracht is verschenen op de werkplek, minder dan drie uren
gebruik maakt van diens arbeidsaanbod, is de inlener verplicht tot betaling van het inlenerstarief
over ten minste drie uren per oproep als:
a. de overeengekomen omvang van de arbeid minder dan 15 uur per week
bedraagt en de werktijden niet zijn vastgelegd; of
b. de inlener de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig heeft vastgelegd.
6. Als de inlener vanuit zijn bedrijfsvoering de uitzendkracht verplicht te beschikken over bepaalde
benodigdheden, zoals een verklaring omtrent goed gedrag of persoonlijke beschermingsmiddelen,
worden deze ā€“voor zover mogelijk- door de inlener verstrekt. Indien de benodigdheden door de
uitzendonderneming worden verzorgd is de uitzendonderneming gerechtigd de kosten die
daarmee samenhangen bij de inlener in rekening te brengen.

Artikel 2.3 Inhoud van de inleenovereenkomst en opzegtermijnen

1. In de inleenovereenkomst wordt de duur van de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht
vermeld en wanneer deze op voorhand nog niet duidelijk is, een zo nauwkeurig mogelijke
schatting daarvan. Voor zover mogelijk en wenselijk worden daarin verder de begin- en einddatum
van de terbeschikkingstelling, het aantal te werken uren, de opzegtermijn en de
arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht vastgelegd.
2. Als het uitzendbeding van toepassing is op de uitzendovereenkomst hoeven de
uitzendonderneming of de inlener geen opzegtermijn in acht te nemen als zij de
terbeschikkingstelling tussentijds wensen te beƫindigen, tenzij schriftelijk anders is
overeengekomen.
3. Als het uitzendbeding niet van toepassing is op de uitzendovereenkomst is er sprake van een
uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. In dit geval eindigt de
inleenovereenkomst slechts door het verstrijken van de overeengekomen duur van de
terbeschikkingstelling, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.
4. Als de inlener de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht die op basis van een
uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd werkzaam is tussentijds wenst te
beƫindigen, zal de inlener aan de uitzendonderneming een terstond opeisbare vergoeding
verschuldigd zijn. Deze vergoeding bedraagt 100% van het laatstgeldende inlenerstarief voor de
betrokken uitzendkracht, vermenigvuldigd met het aantal van de in de inleenovereenkomst
overeengekomen uren, gelegen in de periode vanaf het moment van tussentijdse beƫindiging tot
het moment van afloop van de inleenovereenkomst zoals in eerste instantie overeengekomen.
5. Als de inlener de terbeschikkingstelling wenst te beƫindigen terwijl er niets is overeengekomen
omtrent de duur van de terbeschikkingstelling en de uitzendkracht op basis van de
uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd werkzaam is, geldt een opzegtermijn van
20 werkdagen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

Artikel 2.4 Aangaan rechtstreekse arbeidsverhouding door inlener met de uitzendkracht

1. Als de inlener met een hem door de uitzendonderneming ter beschikking gestelde of te stellen
uitzendkracht rechtstreeks een arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige
arbeidsverhouding wil aangaan, stelt hij de uitzendonderneming daarvan onverwijld schriftelijk in
kennis. Partijen treden vervolgens in overleg om de wens van de inlener te bespreken.
2. Onder andersoortige arbeidsverhouding als bedoeld in dit artikel wordt onder meer verstaan:
a. het aanstellen als ambtenaar
b. de overeenkomst van opdracht
c. de aanneming van werk
d. het ter beschikking laten stellen van de uitzendkracht aan de inlener door een derde
(bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of ander werk.
3. De inlener gaat niet rechtstreeks een arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht aan, als de
uitzendkracht de uitzendovereenkomst met de uitzendonderneming niet rechtsgeldig heeft
beƫindigd.

Artikel 2.5 Selectie van uitzendkrachten

1. De uitzendkracht wordt door de uitzendonderneming gekozen enerzijds aan de hand van de bij de
uitzendonderneming bekende hoedanigheden en kundigheden van de voor uitzending
beschikbare uitzendkrachten en anderzijds aan de hand van de door de inlener aan de
uitzendonderneming verstrekte inlichtingen betreffende de op te dragen werkzaamheden.
2. Niet-functierelevante eisen bij het verstrekken van inlichtingen betreffende de op te dragen
werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen niet door de inlener worden gesteld.
In ieder geval zullen deze door de uitzendonderneming niet worden gehonoreerd.
3. De inlener heeft het recht om, als een uitzendkracht niet voldoet aan de door de inlener gestelde
eisen, dit binnen 4 uur na de aanvang van de werkzaamheden aan de uitzendonderneming
kenbaar te maken. In dat geval is de inlener gehouden de uitzendonderneming minimaal te
betalen de aan de uitzendkracht verschuldigde beloning en vergoedingen, vermeerderd met het
werkgeversaandeel in de sociale lasten en premieheffing en uit de ABU-CAO voortvloeiende
verplichtingen.
4. Gedurende de looptijd van de inleenovereenkomst is de uitzendonderneming gerechtigd om een
voorstel te doen tot vervanging van de uitzendkracht, bijvoorbeeld indien de uitzendkracht niet
langer in staat is de arbeid te verrichten. Het inlenerstarief zal dan opnieuw worden vastgesteld.

Artikel 2.6 Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming

1. De inlener is ervan op de hoogte dat hij volgens de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7: 658
BW de verplichting heeft om te zorgen voor een veilige werkplek van de uitzendkracht. De inlener
verstrekt de uitzendkracht concrete aanwijzingen om te voorkomen dat de uitzendkracht in de
uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Tevens verstrekt de inlener de uitzendkracht
persoonlijke beschermingsmiddelen voor zover noodzakelijk.
2. Tijdig voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt, verstrekt de inlener aan de
uitzendkracht en uitzendonderneming de noodzakelijke informatie over de verlangde
beroepskwalificatie van de uitzendkracht, alsmede de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E),
bevattende de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats.
3. De inlener zal de door hem ingeleende uitzendkracht niet op zijn beurt weer doorlenen aan een
derde om onder diens toezicht en leiding te werken, zonder toestemming van de
uitzendonderneming.
4. De inlener is tegenover de uitzendkracht en uitzendonderneming aansprakelijk voor en
dientengevolge gehouden tot vergoeding van de schade die de uitzendkracht in de uitoefening
van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of
bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel
6.
5. Als de uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden zodanig letsel heeft bekomen dat
daarvan de dood het gevolg is, is de inlener overeenkomstig artikel 6:108 BW jegens de in dat
artikel bedoelde personen en jegens de uitzendonderneming gehouden tot vergoeding van de
schade aan de bedoelde personen, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of
bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel
6.
6. De inlener zal de uitzendonderneming te allen tijde vrijwaren tegen aanspraken, jegens de
uitzendonderneming ingesteld wegens het niet nakomen door de inlener van de in lid 1 van dit
artikel genoemde verplichtingen en verleent de uitzendonderneming de bevoegdheid haar
aanspraken terzake aan de direct belanghebbende(n) te cederen, dan wel mede namens de
uitzendonderneming tegen de inlener geldend te maken.
7. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende
aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in dit artikel.

Artikel 2.7 Identificatie en persoonsgegevens

1. De inlener stelt bij aanvang van de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht diens identiteit
vast aan de hand van een origineel identiteitsdocument en neemt een kopie van dit document op
in zijn administratie.
2. De inlener behandelt de hem in het kader van de terbeschikkingstelling ter kennis gekomen
persoonlijke gegevens van uitzendkrachten vertrouwelijk en verwerkt deze in overeenstemming
met de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens.
3. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor boetes of claims die de inlener worden
opgelegd omdat hij zijn verplichtingen als in de voorgaande leden bedoeld, niet is nagekomen.

Artikel 2.8 Auto van de zaak en bedrijfssluiting

1. Als de inlener voornemens is de uitzendkracht een auto terbeschikking te stellen, deelt de inlener
dit onverwijld mede aan de uitzendonderneming. Uitsluitend in overleg met de
uitzendonderneming komt de inlener met de uitzendkracht overeen dat de auto privƩ gereden
mag worden, zodat de uitzendonderneming hiermee rekening kan houden in de loonheffing. Als
de inlener dit nalaat is hij gehouden de daaruit voortvloeiende schade, kosten en (fiscale)
gevolgen te vergoeden die de uitzendonderneming lijdt.
2. Als er gedurende de terbeschikkingstelling een bedrijfssluiting of verplichte vrije dag plaatsvindt,
informeert de inlener de uitzendonderneming hieromtrent bij het aangaan van de
inleenovereenkomst, zodat de uitzendonderneming hiermee rekening kan houden bij het
vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Als de inlener dit nalaat is hij gedurende de
bedrijfssluiting of verplichte vrije dag, aan de uitzendonderneming verschuldigd het aantal uur
zoals overeengekomen in de inleenovereenkomst, vermenigvuldigd met het laatstgeldende
inlenerstarief.

Hoofdstuk 3. VOORWAARDEN VOOR ARBEIDSBEMIDDELING

Artikel 3.1 Toepasselijkheid algemene bepalingen

1. De in hoofdstuk 1 van deze algemene voorwaarden opgenomen bepalingen zijn overeenkomstig
van toepassing op de relatie tussen arbeidsbemiddelingsonderneming en opdrachtgever,
uitgezonderd het in artikel 3 leden 1, 2, 3, 4, 5 en 7 bepaalde.
2. Waar in hoofdstuk 1 van deze algemene voorwaarden wordt gesproken over:
“uitzendonderneming”, “inlener”, “uitzendkracht” of “ter beschikking stellen”, dient, wanneer
sprake is van arbeidsbemiddeling, voor deze begrippen respectievelijk gelezen te worden:
“arbeidsbemiddelingsonderneming”, “opdrachtgever”, “werkzoekende” en “arbeidsbemiddeling”.

Artikel 3.2 Honorarium en inhoud van de arbeidsbemiddelingsovereenkomst

1. Het door de opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verschuldigde honorarium
kan bestaan uit, hetzij een van tevoren vast overeengekomen bedrag, hetzij uit een van tevoren
overeengekomen percentage van het aan de werkzoekende aangeboden full time bruto
jaarsalaris te vermeerderen met vakantiebijslag.
2. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen, is het in lid 1 van dit artikel bedoelde honorarium
slechts dan verschuldigd indien de arbeidsbemiddeling heeft geleid tot een arbeidsovereenkomst
respectievelijk aanstelling tot ambtenaar met een door de arbeidsbemiddelingsonderneming
geselecteerde werkzoekende.
3. In de arbeidsbemiddelingsovereenkomst wordt, voorzover relevant, de duur van
arbeidsbemiddeling, de wijze waarop deze door de arbeidsbemiddelingsonderneming wordt
uitgevoerd en het daarvoor door de opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming
verschuldigde honorarium opgenomen.
4. Onder het honorarium wordt niet verstaan de plaatsings- en productiekosten van advertenties, de
reis- en verblijfkosten van de werkzoekende en de kosten van een psychologische test. Deze en
eventuele andere pro memorie posten worden op basis van nacalculatie in rekening gebracht.

Artikel 3.3 Aangaan arbeidsverhouding door opdrachtgever met de werkzoekende

1. Als de opdrachtgever gedurende de looptijd van de opdracht tot arbeidsbemiddeling of binnen zes
maanden na beƫindiging daarvan zelf rechtstreeks een arbeidsovereenkomst aangaat met dan
wel overgaat tot aanstelling van een door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerde
werkzoekende, is hij aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verschuldigd een terstond
opeisbare, niet voor rechterlijke matiging vatbare, boete gelijk aan het met de opdrachtgever
overeengekomen honorarium voor de arbeidsbemiddeling dan wel gelijk aan het honorarium dat
in rekening zou zijn gebracht als er geen rechtstreekse arbeidsverhouding als hiervoor bedoeld
zou zijn aangegaan.

Artikel 3.4 Selectie van werkzoekende

1. De werkzoekende wordt door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerd enerzijds aan de
hand van de door opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming verstrekte wensen
omtrent diens hoedanigheden en kundigheden en verstrekte inlichtingen betreffende de aard van
de functie en anderzijds aan de hand van de bij de arbeidsbemiddelingsonderneming bekende
hoedanigheden en kundigheden van de werkzoekende.
2. Niet-functierelevante eisen bij het verstrekken van wensen en inlichtingen betreffende de
gewenste kandidaat en de aard van de functie zoals bedoeld in het vorige lid van dit artikel,
kunnen niet door de opdrachtgever worden gesteld. In ieder geval zullen deze door de
arbeidsbemiddelingsonderneming niet worden gehonoreerd.

Hoofdstuk 4. VOORWAARDEN VOOR PAYROLLEN

Artikel 4.1 Toepasselijkheid hoofdstuk 1 en 2

1. Als er tussen de werknemer en payrollonderneming sprake is van een payrollovereenkomst, zijn
de in hoofdstuk 1 en 2 van deze algemene voorwaarden opgenomen bepalingen overeenkomstig
van toepassing op de relatie tussen payrollonderneming en inlener, uitgezonderd het bepaalde in
artikel 11 lid 2 tot en met 5, en artikel 13.
2. Waar in hoofdstuk 1 en 2 van deze algemene voorwaarden wordt gesproken over:
ā€œuitzendondernemingā€, ā€œuitzendkrachtā€ en ā€œuitzendovereenkomstā€ dient, wanneer sprake is van
payrollen, voor deze begrippen respectievelijk gelezen te worden: ā€œpayrollondernemingā€,
werknemerā€ en payrollovereenkomst.

Artikel 4.2 Facturatie

1. Indien de werknemer wegens onvoorziene omstandigheden niet in staat is te werken, zoals in
geval van ziekte of leegloop, wordt er ook over de nietgewerkte uren gefactureerd, als de
payrollonderneming jegens de werknemer een loondoorbetalingsverplichting heeft.

Artikel 4.3 Aanvullende arbeidsvoorwaarden

1. Toepassing van een arbeidsvoorwaarde van de cao van de inlener is alleen mogelijk indien dit
niet conflicteert met de toepasselijke ABU-cao voor Uitzendkrachten en voor zover schriftelijk
overeengekomen.

Artikel 4.4 Aangaan en beƫindiging van de inleenovereenkomst

1. Alvorens de payrollonderneming een payrollovereenkomst met de werknemer aangaat, verstrekt
de inlener juiste en volledige informatie over het arbeidsverleden van de werknemer bij de inlener.
Indien de inlener onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, vergoed de inlener de hieruit
voortvloeiende schade van de payrollonderneming.
2. De inleenovereenkomst kan pas worden opgezegd of, in afwijking van artikel 5 pas worden
ontbonden, als de payrollovereenkomst tussen payrollonderneming en werknemer rechtsgeldig is
beƫindigd. Indien nodig verleent de inlener zijn medewerking bij het payrollen van de werknemer
via een derde werkgever of bij het (terug) in dienst nemen van de werknemer.
3. Indien naar de normen van de redelijkheid en billijkheid, niet van een partij verwacht kan worden
de inleenovereenkomst voort te zetten, kan er eerder worden opgezegd dan als bedoeld in lid 2.
Als de payrollonderneming een loondoorbetalingsverplichting heeft jegens de werknemer, neemt
de inlener een opzegtermijn van minimaal drie maanden in acht, tenzij schriftelijk anders is
overeengekomen.